De toekomst en de menselijke intelligentie

64[10 oktober 2016]
Een ernstige passage uit één van onze uitgaven – het werd afgelopen weekeinde ‘herbruikt’ op De grote Rudolf Steiner Citatensite van Ridzerd van Dijk (“a Steiner a day keeps the doctor away”).

Het citaat is afkomstig uit Opvoeden en onderwijzen als sociale opgave waarin Rudolf Steiner bespreekt wat in het opgroeien en begeleiden van het kind wezenlijk is als we willen kijken naar een vruchtbare wisselwerking tussen individu en gemeenschap.
Kost overigens maar € 7,50, deze prachtige titel…

Onze in­telligentie gaat een bepaalde weg; tegenwoordig verkeren we nog sterk in een ontwikkeling van de intelligentie zoals de Grieken die hadden. Door onze intelligentie begrijpen wij dat wat aan de dood onderhevig is. Maar ook deze vorm van intel­ligentie die het dode begrijpt, verandert. In de komende eeu­wen en millennia zal deze intelligentie iets totaal anders wor­den. Onze intelligentie heeft nu al een bepaalde aanleg. De mensheid zal terechtkomen in een ontwikkeling van de intelli­gentie waarin deze de neiging zal hebben alleen het onware, de dwaling, het bedrog te begrijpen, en alleen het kwade uit te denken.

De leerlingen van de esoterische scholen, en met name de ingewijden, wisten vanaf een bepaalde tijd dat de menselijke intelligentie een ontwikkeling naar het kwade doormaakt en dat het steeds moeilijker zal worden alleen door intelligentie het goede te herkennen. De mensheid verkeert nu nog in deze overgang. Wij zouden kunnen zeggen: het lukt de mens nog net, wanneer hij zijn intelligentie gebruikt en geen buitenge­woon wilde instincten in zich heeft, enigszins naar het licht van het goede op te zien. Maar deze menselijke intelligentie zal steeds sterker de neiging vertonen, het kwade uit te den­ken, het kwade in te voegen in het morele en in het kennen, de dwaling.

Dat was een van de redenen waarom de ingewijden zich de mannen van zorg noemden, omdat de ontwikkeling van de mensheid in de eenzijdigheid, zoals ik die zojuist uiteengezet heb, inderdaad zorgen baart; zorgen juist om de ontwikkeling van de intelligentie. Het is tenslotte niet voor niets dat de intelligentie de moderne mens zozeer met trots en hoogmoed vervult. Dat is, zo zou ik het willen noemen, een voorproefje voor het kwaad-worden van de intelligentie in de vijfde na-Atlantische periode, waarin wij nog maar aan het begin staan. Wanneer de mens niets anders zou ontwikkelen dan zijn intel­ligentie, dan zou hij op aarde een boos wezen worden. Wan­neer wij vertrouwen willen hebben in de toekomst van de mensheid en deze toekomst als een vruchtbare toekomst wil­len zien, dan mogen wij niet vertrouwen op de eenzijdige ont­wikkeling van de intelligentie. In de Egyptisch-Chaldeeuwse tijd was deze intelligentie nog iets goeds, maar daarna is zij tot iets geworden dat verwant is met de krachten van de dood. Deze intelligentie zal een verbinding aangaan met de krachten van bedrog, van dwaling en van het boze.

Hierover zou de mensheid zich vooral geen illusies moeten maken. We moeten er in alle openheid rekening mee houden dat we ons moeten beschermen tegen de eenzijdige ontwik­keling van de intelligentie. Niet voor niets zal er juist door de antroposofisch georiënteerde geesteswetenschap iets anders kunnen komen: namelijk het opnemen van dat wat door een vernieuwd schouwen uit de geestelijke wereld kan worden verworven, wat niet door intelligentie begrepen kan worden maar pas begrepen kan worden wanneer men accepteert wat de wetenschap van de inwijding door middel van het schou­wen uit de geestelijke wereld haalt.

Een engel in de economie

1b kopie

Gelooft u in engelen?
Wat denkt u dat een engel zou doen, zou hij vandaag op aarde zijn?

Volgens Rudolf Steiner zit er voor de engelen in onze tijd maar één ding op:

“(…) er is niets dat niet economisch bekeken kan worden. Alles, tot in de hoogste domeinen, moet vanuit een economisch gezichtspunt bekeken worden. Als er nu een engel op de aarde zou afdalen, dan zou hij ofwel alleen in een droom verschijnen en niet in staat zijn iets te veranderen; of hij zou verschijnen aan de mensen die wakker zijn en zou in het economische leven binnen komen. Hij zou niet anders kunnen.”

Dit kleine fragment is deel van een vraag- en antwoordsessie die Rudolf Steiner in 1922 hield in het kader van zijn voordrachtenreeks over economie. Veertien voordrachten en zes vraag- en antwoordbijeenkomsten lang, ontvouwde hij zijn inzichten over de economie én legde de bodem voor een geheel nieuwe benadering van de economie.

Wát een tragiek dat deze inhoud grotendeels veronachtzaamd is gebleven. Wanneer de associatieve economie (Rudolf Steiners benadering van de economie) beter zou zijn opgenomen zou de mens een heleboel rampspoed bespaard zijn gebleven.

Maar we hoeven niet bij de pakken neer te zitten. Steiners inzichten én zijn benadering van de economie zijn zelfs actueler dan ooit en bieden ieder die dat wil de mogelijkheid om werkelijk tot een oordeel te komen over vragen als arbeid en inkomen, fair trade, verdeling van welvaart, geld en geldschepping, de rol van de banken, financiële speculatie – en veel meer.
Wij zijn ontzettend blij dat we u kunnen aankondigen dat over enkele weken een vertaling (van Frans Wuijts) van Wereldeconomie – de wereld als één economie zal verschijnen. Voor ons de belangrijkste uitgave in ons ruim 25-jarig bestaan!

En misschien las u het al: in het december/januarinummer van Motief werd al aandacht besteed aan deze uitgave door de publicatie van een deel van het Nawoord van de vertaler.

Open hier het artikel uit Motief:
Wereldeconomie – Motief

afbeelding boven: Engel (Liesbeth Takken)

Praktisch maken

voorplat_steiner1

(20-10-2015) De moderne mens heeft de neiging alles ‘praktisch’ te willen maken – dat hoort bij de tijd waarin wij leven. Een gevaar is dat we langzamerhand een verkeerd beeld krijgen van wat ‘praktisch’ nu eigenlijk is. Praktisch is niet alleen datgene dat tastbaar is. Praktisch is al datgene dat inzicht biedt, dat moed en kracht schenkt, dat je doet groeien, in welk opzicht dan ook.

Antroposofie wijst de mens de weg om thuis te raken in de spirituele wereld – maar daar blijft het niet bij: inzichten uit de spirituele wereld kunnen door de mens ’naar beneden worden gehaald’ en niet alleen worden begrepen maar ook in woord en daad concreet worden in ons leven en werken. In deze voordrachten beschrijft Rudolf Steiner hoe en waarom de antroposofie het spirituele door en door praktisch wil maken.

Onze nieuwste uitgave bevat twee voordrachten die Rudolf Steiner in 1921 in Den Haag hield en een artikel van John Hogervorst over de verhouding van de antroposofie tot de sociale driegeleding, twee ‘zaken’ die weliswaar in Rudolf Steiner samen kwamen maar die lang tot onderling onbegrip hebben gevoerd.

Deze voordrachten laten zien hoe het enerzijds niet noodzakelijk is om de antroposofie te kennen om de sociale driegeleding te begrijpen en hoe het anderzijds verbazing kan oproepen wanneer degenen die de antroposofie kennen niets van de sociale driegeleding zouden willen weten.

Rudolf Steiner
Antroposofie en het praktische leven
9789073310995
paperback, 88 pagina´s,  13,50
Tot en met maandag 26 oktober geldt: zonder verzendkosten thuisgestuurd indien u bestelt in onze webwinkel.

Uit de oogst van 2014

5778
Als u zich zou afvragen: “Waarvan leef ik?” – dat doet u meestal niet maar als u het eens zou doen -, dan zou u misschien zeggen: “Nou ja, van mijn geld!”
Een groot deel van de mensen die zeggen dat ze van hun geld leven, hebben dat geld bijvoorbeeld van hun ouders geërfd en menen nu dat zij van hun geld leven. Maar, mijn beste vrienden, van geld kan je niet leven! Geld is niet iets waarvan je kunt leven. Hier moeten we beginnen met na te denken.
En dit vraagstuk hangt nauw samen met de werkelijke belangstelling die van mens tot mens leeft. Wie gelooft dat hij leeft van geld – dat hij bijvoorbeeld geërfd heeft of op een andere manier verkregen heeft dan, zoals het tegenwoordig het geval is, door te werken -, wie zo leeft en meent dat hij van geld kan leven, die heeft geen interesse voor zijn medemensen want van geld kan niemand leven.

De mens moet eten en ons voedsel moet door iemand geproduceerd worden. De mens moet zich kleden en onze kleren moeten door andere mensen gemaakt worden. Mensen moeten hun arbeidskracht urenlang inzetten opdat ik een jas of een broek kan aantrekken. Die mensen werken voor mij: daar leef ik van, niet van mijn geld!

Uit de oogst van onze nieuwe uitgaven in 2014:
Rudolf Steiner: We kunnen op elkaar bouwen

Achteraf (3)

5914[11/9/2014] Ja, achteraf is het makkelijk praten. Vóóraf is het vaak wat moeilijker.
Oók verschenen in augustus: Rudolf Steiner, revolutionair zonder revolutie – een nieuw deeltje in de serie ABC Wegwijzers, geschreven door John Hogervorst. Dit deeltje belicht de ‘onbekende Rudolf Steiner’, namelijk de maatschappijvernieuwer die op sociaal gebied inzichten had die indien ze ernstig genomen zouden worden tot een heel andere samenleving zouden leiden. Ze zouden vrijheid, gelijkheid en broederschap dichterbij brengen.
Onbekend moge dan onbemind maken: deze onderbelichte kant van het leven en werken van Rudolf Steiner bevat waarschijnlijk het voor de 21e eeuw meest urgente en actuele deel van zijn nalatenschap.

Recente berichten

Sociale netwerken