5778

[4/5/2014] “… de gedachte dat zo- en zoveel mensen werken opdat daarmee een minimale basis voor het levensonderhoud gelegd is – is onverbrekelijk verbonden met een andere gedachte, namelijk dat men de gemeenschap weer terug moet geven, niet in geld maar in werk, wat een ander aan werk voor jou verricht heeft. Pas wanneer mensen zich verplicht zullen voelen de hoeveelheid werk die voor hen verricht is ook weer in de vorm van werk terug te geven, pas dan leeft er werkelijke interesse voor de medemens. Dat de ene mens de ander geld geeft, betekent slechts dat men de ander aan de leiband heeft, dat men hem als een slaaf kan leiden en dwingen voor zich te werken.”

Een citaat van Rudolf Steiner (voordracht van 30/11/1918, gepubliceerd in We kunnen op elkaar bouwen). Misschien niet voor iedereen even leuk om er kennis van te nemen, maar in deze gedachtegang ligt een belangrijke reden om het idee van het onvoorwaardelijke basisinkomen resoluut af te wijzen.
(Daar gaat het komende dinsdagavond over in het Studiecentrum voor Anthroposofie in Den Haag).